Gouda’s Glorie wint ditmaal van Delft Evergreens : 39-26

Na de eerder verloren wedstrijd tegen de oudere jongeren van de Rugby Club Delft hadden de balvirtuosen van Gouda’s Glorie het een en ander goed te maken in de return, afgelopen zaterdagmiddag. Nadat de jeugd de zogeheten Rugger’s Inn verlaten had druppelden langzaam maar zeker de eerste recreanten binnen voor een heuse afscheidswedstrijd voor onze helaas vertrokken Fransman Julien Boutade.
Kick-off stond gepland om 14.30 uur, dus wekt het geen verbazing toen de bekende Delftenaar en full-back Pier bij aankomst om kwart voor drie geroutineerd om zich heen keek en concludeerde dat hij ongeveer de eerste was. Zo hoort dat natuurlijk ook bij Gouda’s Glorie. Al met al toch rond 15.00 uur afgetrapt met zowaar 15 tegen 15, al werden de Evergreens gesteund door de nog lang geen 35e bijna-Arnhemer Harry Wanningen, dus terecht zou je zeggen. De Glorianen, met captain Hans Barnas voorop, adel verplicht, hadden een academisch halfuurtje want de gasten waren gewoon veel beter in dat eerste halfuur. Maarliefst 19 punten mochten er gescoord worden voordat de Glorianen het lek boven hadden en een keer mochten scoren. Vooral de driekwarters, met een teruggekeerde EJ Ellferich, hadden het heel zwaar tegen de op het oog veel zwaardere gasten. Een mooie aanval tenslotte , waarin de nieuwste aanwinst Arthur Kwinkelenberg (ja, echt die is al 35 geweest !) en Paul Dellepoort een groot aandeel hadden zorgde ervoor dat er voor rust in elk geval gescoord werd: 5-19.

Na rust werd een klein verschilletje zichtbaar. Daar waar de voorheen Ereklassers gemiddeld ergens rond de 45 geweest moeten zijn, bleken de Gouwenaars, met een gemiddelde van nog geen 40, een stuk fitter. Terwijl de Delftenaren hun surplus aan techniek en inzicht niet te gelde konden maken, waren het de kennelijk kwieke Gouwenaars die geregeld de benen namen. Uitbraken van het aloude tandem van weleer, Hans van der Poel en Rolf Idsinga, werden nog in de kiem gesmoord, maar toen ook Frans van der Sanden en zelfs Duncan MacRae zich ermee gingen bemoeien was er geen houden meer aan. Gouda’s Glorie verkleinde het gat snel en nam zelfs brutaal een voorsprong van 27-26, met nog tien minuten te gaan. De man die de meeste lentes heeft meegemaakt, Sjaak Oortwijn, die by-the-way nog elke week zijn competitiewedstrijdje meepakt, had uiteraard weinig moeite het bij vlagen best hoge tempo bij te benen maar moest met zijn vriendjes toch toezien hoe bij Gouda ook het lampje langzaam uitging. Na het uitvallen van Wiebe de Haan moest er dan een beroep gedaan worden op de jongere garde, die verlekkerd langs de kant stond te kijken hoe de nestors het voorbeeld gaven. Eigenlijk een beetje vals, maar zodoende mochten de Glorianen nog tweemaal het kleinood in het daartoe bestemde deel van de wei drukken en zo de eindstand op 39-26 zetten. De traditionele maaltijd was ditmaal wel erg lekker en met een heuse Boeuf Bourguinon met Soep de Mosterd zeker heel wat meer Michelin sterren waard dan een gemiddeld restaurant. Gelegenheidskok Frans van der Sanden had zich weer eens lekker uitgeloofd, driewerf chapeau !

Gouda’s Glorie krijgt langzaam maar zeker weer wat vaste vorm en kennelijk is het ongeveer 6 keer per jaar spelen zeer interessant voor deze recreanten. De volgende ontmoeting staat gepland op 5 maart tegen Nestorix, de oude garde van Wageningen en Nijmeegse Studenten. Half april wordt er in Ierland dan tegen een Iers team van oude Kelten gespeeld en het Gloriaanse seizoen wordt afgesloten op 14 mei, als Gouda’s Glorie voor het eerste in tijden weer eens zijn opwachting maakt tijdens het BOOT toernooi in het Brabantse, compleet met barbecue’s en aanhang.

Natuurlijk zal er tijdens het lustrum-toernooi op 4 en 5 juni ook weer een optreden zijn van Gouda's trots.